Een mysterieus kunstwerk

"HOLLANDT", C.D.H., 1565 Techniek: kopergravure; 38 x 51 cm.

Maker: C.D.H.: deze initialen staan linksonder vermeld. Volgens Blonk zijn er twee mogelijkheden: ofwel Cornelis de Hooge (de maker van de kaart van de 17 provinciŽn uit 1567), ofwel Cornelius den Horen is de maker van deze kaart. Van laatstgenoemde is uit de boekhouding van Plantijn aantoonbaar dat hij een Hollandkaart heeft gemaakt en geleverd (100 stuks aan Plantijn, 4 mei 1567). Gelet op de stijlkenmerken van de graveur(s) ligt het meer voor de hand om aan C. de Hooge te denken als maker. Zeker in vergelijking met de door hem gegraveerde kaart van de 17 provinciŽn. Verder is wel zeker dat aan de vervaardiging van de kaart is meegewerkt door grote kunstenaars rond het Antwerpse atelier van de kunstenaar en uitgever Hieronymus Cock. De kaart wil duidelijk de kunde en artistieke vaardigheden van de makers etaleren. Over de identiteit van deze kunstenaars komt geleidelijk aan meer aan het licht door onderzoek en materiaalvergelijking.

Titel: "Hollandt".: in banderol, in de Zuiderzee boven het midden van de kaart. In de grote ovale cartouche middenonder staat de uitvoerige titel in Latijnse tekst, waarvan de vertaling luidt: Holland, vroeger woonstede van de Catten, doet voor geen enkele streek in vruchtbaarheid onder; vloeit over van rijkdommen en er is geen andere provincie die op zo'n klein oppervlak zo veel grote steden heeft; wordt aan alle kanten zowel door de zee, als door de Rijn en andere rivieren omsloten. (Vertaling: Clement-van Alkemade). Onder deze tekst een verantwoording in het Nederlands: 'In dese caerte is met arbeijt cost ende moeite beschreven nae der conste der geographie tgraefschap van Hollandt, ende tlandt van Utricht, met alle andere omleggende frontieren (grenzen) van andere landen daer aen stotende, Oeck (ook) alle nijeuwe dikaigijen aenwassen ende andere veranderinge geheellijck gelijck hollant nu tertijt is, elcke plaetse op haere wijnde, ende gerechte distancie ofte wijde vanden anderen, alsomen bijden compassť ende mate der milen hier inne gestelt, bevinden sal'.

Datering: 1565. Onderaan, links van de ovale cartouche, waarbij vermeldÓng van privilŤge.

Toelichting: De inhoudelijke samenstelling is tweeledig: kartografisch en compositorisch. Inzake de kartografische inhoud, het kaartbeeld als zodanig geeft Blonk een uitvoerige beschrijving. (zie verderop).

De compositorische samenstelling van de kaart blijft bij Blonk buiten beschouwing, terwijl de compositie van een opvallende schoonheid is. Het geheel is tot in de kleinste details uitermate verfÔjnd, zorgvuldig en kundig gegraveerd. Bovendien verleent de compositie de kaart een bijna feestelijk karakter.

 

Een nadere beschouwing: linksonder een rolwerkcartouche met een opdracht aan Willem van Oranje, waarboven diens wapen is afgebeeld. Linksboven het wapen van Philips II. DaarbÓj zij opgemerkt dat het feit dat beide wapens zijn afgebeeld uniek is, er zijn geen andere kaarten bekend waarbij dit het geval is. Bovendien wijst dit erop dat de kaart is gereedgekomen, juist voordat de troebelen die de Tachtigjarige Oorlog hebben ingeluid een aanvang namen (laat in 1565). Sindsdien kwamen beide heren immers lijnrecht tegenover elkaar te staan. Rechtsboven het wapen van Holland, temidden van een met guirlandes versierde lauwerkrans. Middenonder, in streng symmetrische renaissancestijl de schitterende ovale rolwerkcartouche met prachtig uitgevoerde licht- en schaduweffecten. Rechtsonder de verfijnd aangebrachte schaalaanduiding, waarop precies in het midden ter bekroning een passer is aangebracht. Het motief waarmee de elementen in de kaart die betrekking hebben op de geografische uitgangspunten, de meetkunde en de oriŽntatie, zijn versierd en vormgegeven is de driehoek. Aan weerszijden van de schaalaanduiding is een driehoeksvormige ornamentering aangebracht en de kroon op de schaalaanduiding is de passer, wederom een driehoek. Bij de oriŽntatie is dit driehoeksmotief zichtbaar in de kompasroos boven de titel in de Zuiderzee. Temidden van de buitenste en van de binnenste cirkel waaruit de roos is opgebouwd is een achttal in driehoek gegraveerde pijlertjes zichtbaar: windwijzers voor de acht basale windrichtingen. Dit driehoeksmotief is zonder twijfel een subtiel eerbetoon aan de uitvinder van de driehoeksmeting: Gemma Frisius, de leermeester van Gerard Mercator. De driehoeksmeting maakte de moderne kartografie mogelijk. Buiten de buitenste cirkel ontspringen er 32 loxodromen aan de kompasroos: 32 windrichtingen worden benoemd. Onder de kompasroos de kunstig gelobde banderol met de titel. Verder zijn gelijkmatig verdeeld vele schepen afgebeeld, zowel in de Noord- als in de Zuiderzee.

Wellicht het meest opvallende detail is de omlijsting van de kaart: een uitermate fijnzinnig gegraveerde moresquen sierrand waarbinnen de windrichtingen zijn aangegeven. Alleen al het aanbrengen van deze moresquen rand, van oorsprang een Arabisch motief, heeft de graveur vele dagen 'arbeijt en moeite' gekost, vanwege de uitzonderlijke verfijning die dit motief kenmerkt. Om die reden zie je op latere kaarten dit motief niet meer terug. Het graveerwerk van deze rand doet sterk denken aan de Antwerpse kunstenaar en goudsmid Caspar van der Heiden.Voorts is opvallend dat de belettering op de kaart zeer zorgvuldig is gegraveerd: zo zijn alle toponiemen horizontaal aangebracht, hetgeen rust brengt in de voorstelling. De gebruikte letter is, naast de gegraveerde hoofdletters, een sierlijk toegepaste Italieke cursief, die door Gerard Mercator in de kartografie werd geÔntroduceerd. Kortom, dit alles beschouwend is er geen betere samenvatting dan de typering die Theo Laurentius zich liet ontvallen toen hij deze kaart zag: "Wat een kaart, dit is de Rembrandt onder de kaarten". Tenslotte, kenmerkend voor dit exemplaar is de zeer goede drukkwaliteit, elk detail is haarscherp gestoken en komt ook als zodanig naar voren.

 

De kaartinhoudelijke samenstelling van de kaart, zoals beschreven door Dirk Blonk. De

essentiŽle gegevens hieruit heb ik letterlijk overgenomen:

Dit is de eerste kaart van Holland die niet op het Noorden is georiŽnteerd.

Voor de samenstelling van de kaart is niet alleen de kaart van Holland van Jacob van

Deventer (1542) gebruikt maar ook die van Zeeland. Deze beide kaarten overlappen namelijk

en in dit gebied geeft de kaart van Zeeland meer informatie dan die van Holland. De

Monsterse Watering en de Maassluisse Vlieten in het Westland (niet benoemd) en de

waterwegen in de Krimpener- en de Alblasserwaard zijn overgenomen van de kaart van

Zeeland. Ook het Noordwesten van Brabant, het gebied dat destijds bij het graafschap

Holland behoorde, is aan de kaart van Zeeland ontleend, evenals Schouwen-Duiveland dat

veel meer toponiemen bevat dan op de kaart van Holland van Jacob van Deventer. Tenslotte

moet nog de aandacht worden gevestigd op de eigenaardige langgerekte zandbank voor

Goeree, eveneens overgenomen van de kaart van Zeeland. Ten opzichte van de kaart van

Holland van Jacob van Deventer heeft C.D.H. ook het verloop van de Linge gecorrigeerd. Op

de kaart van Holland van Jacob van Deventer ontspringt de Linge onder Rhenen; C.D.H. heeft

de Linge doorgetrokken tot het Oostelijk kader van de kaart in overeenstemming met de kaart

van Gelderland van Jacob van Deventer.

Uit het bovenstaande is zonder meer duidelijk dat voor de samenstelling van de kaart de

oorspronkelijke kaarten van Jacob van Deventer zijn gebruikt en niet die van de Italianen

Tramezini en Forlani, want die hebben geen kaart van Zeeland uitgegeven. Toch heeft C.D.H.

voor een detail ook de kaart van Tramezini gebruikt, want hij heeft de Groote Heicop

afgebeeld die niet bij Van Deventer en wel bij Tramezini voorkomt.

Op de kaart zijn ook een aantal zaken weergegeven die nog niet bij Van Deventer voorkomen.

De Kop van Noord-Holland toont, in overeenstemming met de kaart van De Jode van 1565

een Zijpe die is bedijkt en voorzien van de eerste verkaveling met de kanalen in de

lengterichting en de vier dwarswegen met hun namen.

Voor het Marsdiep ligt een zandbank Die Haken.

Het Bergermeer is droog; de contouren zijn nog met een stippellijn aangegeven maar het meer

is niet benoemd. De Pettemervaart (Puttemer Vaert) van Alkmaar naar de zuidrand van de

Zijpe is aangegeven en benoemd.

Het Eiland van Dordrecht bestond bij Van Deventer alleen uit de stad en is nu veel groter.

De Hoekse Waard is naar het Westen flink gegroeid; het dorp Beijerlant (Oud-Beijerland) is

voor het eerst aangegeven en Piershil is geen apart eiland meer.

De steden zijn met profielen aangegeven, de dorpen met cirkels en de kloosters met cirkels

met een kruisje erin. De namen van de steden zijn in hoofdletters gegraveerd en de namen van

de dorpen in een fraaie cursieve letter.

Utrecht, de zetel van de aartsbisschop, is aangegeven met een mijter en een groot kruis,

Haarlem, een bisschopsstad met een mijter en een klein kruisje.

Tot zover Blonk.

 

Zeldzaamheid en slotopmerkingen: Blonk vermeldt in totaal 9 bekende exemplaren. Door mijn fascinatie voor de kaart heb ik voorzover ik het kan nagaan alle exemplaren die hij niet kende opgespoord, dat zijn er nog eens 6. In totaal dus 15 exemplaren bekend, inclusief deze (de negen van Blonk zijn alle exemplaren die in instituten aanwezig zijn). Dat is erg weinig. Gezien mijn speurtocht en gelet op de geringe oplage is het niet waarschijnlijk dat er nog veel exemplaren onontdekt zijn en nog komen bovendrijven. De zeldzaamheid houdt ongetwijfeld ook verband met de eerder aangehaalde opdracht aan Willem van Oranje. Onder het strenge regime van de hertog van Alva is het zeer onwaarschijnlijk dat een kaart met deze opdracht verkocht mocht worden.

Middelburg,

Jaap van den Bovenkamp antiquariaat Dat Narrenschip