Jan Carlier

De Hooghe handelde tussen 1568 en 1575 met oud-beeldenstormers

In de rechtzaak van De Hooghe over een grote hoeveelheid pastel die hij vanuit Veere naar Engeland verkocht, is sprake van een zekere “Jan Carrier” die deze pastel aan hem leverde. Het wordt stilaan duidelijk dat de naam van deze leverancier niet “Carrier”, maar “Carlier” was, soms ook “Charlier”. Jan Carlier was een goede vriend van Lucas de Hailly. Zij waren beide leidinggevende Calvinisten bij de Beeldenstorm te Antwerpen geweest en daarom verbannen. Zij komen, inclusief hun echtgenoten, op dezelfde lijsten van bannelingen voor. Er waren meer overeenkomsten tussen Jan Carlier en Lucas de Hailly. Zij waren beide met een vrouw getrouwd die uit de Antwerpse koopmansstand afkomstig was. Lucas de Haillys vrouw was Anna de Cocquiel. Jan Carlier was getrouwd met Isabella de Cordes uit een eveneens vooraanstaande Antwerpse familie van kooplieden.
Door de aanwezigheid van een ververij te Antwerpen, was deze stad tevens het centrum van de handel in pastel die uit Normandië werd aangevoerd. Spil in de pastelhandel was Pierre de Moucheron, zelf afkomstig uit deze streek. De Moucheron behoorde ook tot de zeer rijke Antwerpse kooplieden en belegde, zoals zovelen in de droogmakingen van Zuid Beveland. De Hooghe liet zijn pastel naar Veere (gelegen op Zuid Beveland) brengen.
Hieruit blijken een aantal zaken: De Hooghe werd in 1568 te Londen, samen met Lucas de Hailly vermeld, maar kocht op 17 mei 1575 nog pastel van Jan Carlier. De Hooghe verkeerde dus zeker tussen 1568 en 1575 in het gezelschap van oud-beeldenstormers met wie hij zakelijke transacties pleegde.
Een onbeantwoorde vraag blijft voorlopig of De Hooghe-Carlier in samenspraak met De Moucheron hun pastel verhandelden, of dat zij van plan waren De Moucheron concurrentie aan te doen.

Interessant is het ook om te weten dat Jan Carlier tot de aanbieders van het smeekschrift van de zogenaamde driemiljoen-beweging hoorde. Dit smeekschrift werd aan Margaretha van Parma aangeboden om de koning te vragen in ruil voor deze som godsdienstvrijheid toe te staan. Dit vredelievende initatief werd door de koning uitermate slecht ontvangen. Het boezemde hem angst in dat de kooplieden over zo veel geld konden beschikken. Het zou niet moeilijk zijn om met dit geld huurlingen te betalen die tegen zijn gezag zouden kunnen opstaan. De ondertekenaars werden alleen daanom al vervolgd.
Deze vérgaande en onbevreesde wens tot een compromis van de zijde van Jan Carlier is geheel in overeenstemming met de voorkeuren van De Hooghe, zodat het niet verwonderlijk is dat beide heren vrienden waren.