‘Leidse boekhandelaar Cornelis Van der Hooch’

 

In het boek getiteld: “Het staatstoezicht op de godsdienstige letterkunde in de Noordeljike Nederlanden”, Uitgave Brill, door Christiaan Sepp (1820-1890) is op pag 26 de volgende mysterieuze paragraaf te vinden:

 

In het reeds genoemde jaar 1583 is de Leidsche boekhandelaar C. van der Hoogh gevangen gezet als drukker van seditieuse en pernicieuse boeken. Welke geschriften bedoeld zijn, bleef mij onbekend, doch ik spreek van den genomen maatregel om zijne hardheid . Leiden sloeg zulke wegen zelden in; hare regering hield doorgaande met wijsheid de hand aan de plakkaten.

 

Deze uitlating van Sepp is waarschijnlijk gebaseerd op een resolutie van de Staten van Holland van 16 februari 1583:

 

Den 16 February 1583

PRAESENTEN

Advocaat, Stoop, Vander Laen, Steyn, Almonde, Vos, Vander Wiere, Jacobi, Goedereede, Leenaert Jorisz, Ruwe, Commerssz, P.Florisz, Maelson en Mannée.

 

Marge: Cornelis van der Hoogh gevangen over het doen drukken van een seditieus Boeksken.

 

De Gecommitteerde Raaden, &c. verstaan hebbende dat eenen Cornelis vander Hoogh soude zyn geapprehendeert, uit saake dat deselve tot Leyden heeft doen drukken een seditieus en pernitieus Boecxken, daar af de Drukkers meede in apprehentie tot Leyden zyn gestelt, behalven dat deselve de Hoog hem meede van eenige Complicen soude hebben laaten verluiden, waar door deselve by een van de Hoven werd geëxamineert, hebben gecommitteert den Advocaat Buys, een van Dordregt en Haarlem, omme op deselve examinatie te verstaan, of iet soude moogen strekken tot nadeel van eenige Steeden of Plaatsen in Holland, en daar af te doen rapport, om op alles voorzien te moogen worden na behoren.

 

De ‘boekhandelaar Cornelis van der Hoogh’ van Sepp is dan de graveur Cornelis de Hooghe zelf. Waarom hij bij Sepp een ‘boekhandelaar’ wordt genoemd is vooralsnog onbekend. De omschrijving in de resolutie is enigszins complementair aan de versie die Smit in zijn ‘Den Haag in den Geuzentijd’ schetst van de gebeurtenissen in deze dagen:

 

Reeds den 15en Februari wasWillem Willems, bode van den Hove, naar Haarlem gezonden, om den rechterarm der justitie in het ontlokken van bekentenissen, den Haarlemschen scherprechter, naar hier te doen overkomen, waar deze tot den 14en Maart onafgebroken bleef. En terwijl Den Haag den 16en Februari en de drie daaropvolgende dagen nauwlettend bleef bewaakt en den 17en te Delft, ondanks de weekmarkt, zelfs gedurende den geheelen dag de poorten gesloten bleven, zoodat er niemand ongemerkt passeeren kon,(2) werden den 16en een twaalftal dienaren van den procureur-generaal uitgezonden, die "den geheelen dach ende nacht doende geweest zijn in `t apprehenderen van Cornelis de Hooch ende den advocaet Craenhals". En niet onverrichter zake keerden de manschappen terug: in triomf werd de gezochte meegevoerd en in de Gevangenpoort opgeborgen, waar hij onafgebroken door eenige gewapende rakkers van de baljuw werd bewaakt.

Nauw had de aangehoudene hier den voet over den dorpel gezet, of het verhoor nam een aanvang: den 16en door den beul "ter torture gebrocht", begon het verhaal van de omstandigheden van den aanslag en de nadere aanduiding van hen, die mede in het complot waren. Wellicht werd dit onderzoek op den 20en, 21en en 22en Februari herhaald. toen een vijftal boden van den Hove de wacht hielden buiten de poort en in den "kelder", waarschijnlijk den pijnkelder, om het ontsnappen te voorkomen.

 

Volgens Smit werd De Hooghe al op de 16e ondervraagd, nadat een twaalftal dienaren van de procureur-generaal juist op diezelfde 16e februari (de gehele dag en nacht !) doende waren geweest om De Hooghe en Craanhals te arresteren.

Als al deze beweringen juist moeten zijn. is De Hooghe laat op de avond van de 16e meteen ondervraagd en hebben de Staten van Holland ook laat in de avond vergaderd om dit nieuws vers van de pers te kunnen notuleren.

Wellicht daarom zitten er enige vragen en onduidelijkheden in het verslag van de Staten van Holland.

De Staten meenden namelijk dat De Hooghe samen met ‘de drukkers’ te Leiden was gearresteerd. In werkelijkheid werd De Hooghe in Delft vastgenomen. Dat de drukkers hierbij ook waren gearresteerd lijkt onwaarschijnlijk omdat zij juist degenen waren die De Hooghe hadden aangegeven.

Wel nieuw is dat meteen bij het bekend worden van het nieuws, werd besloten een drietal afgevaardigden bij de verhoren aanwezig te laten zijn.

De tijdsplanning blijft evenwel enigszins rammelig. Waarom moest Den Haag na de gevangenneming van De Hooghe nog drie dagen bewaakt worden? Waarom moesten in Delft op de 17e , nota bene tijdens de weekmarkt, de poorten gesloten blijven, terwijl de gezochte al lang en breed in de gevangenis zat? Is het erg waarschijnlijk dat er op de 16e ‘dag en nacht’ naar De Hooghe werd gezocht, dat hij vervolgens van Delft naar Den Haag werd gevoerd en dat hij daar bovenop nog op diezelfde 16e verhoord kon worden en, als klap op de vuurpijl, dat de Staten er in hun vergadering verslag van konden doen?

Het geheel wordt een stuk aanvaardbaarder als de drie woordjes ‘dag en nacht’ komen te vervallen. Indien De Hooghe ergens midden op de dag van de 16e februari werd vastgenomen, kan het tjidschema beter kloppen, maar dan nog blijven de vragen overeind waarom er op de volgende dagen de plaatsen Den Haag en Delft zo uitgebreid bewaakt moesten worden, terwijl de gezochte al lang in breed vast zat.