De kaders van de Excercitatio

In 1569 kreeg Clemet Perret een privilege op een schoonschrijfboek, de Excercitatio.
De tot standkoming ervan was lange tijd in nevelen gehuld. Een tipje van de sluier is intussen opgelicht.
Na het vertrek van Margaretha van Parma en het stilvallen van de werkzaamheden aan het vestingboek van De Marchi, kon De Hooghe ruim een dertigtal koperplaten met rijk gedecorreede gravures voor kaders van dit boek meenemen. Deze kaders waren al door Ameet Tavenier gestoken die met ATA (Ameet Tavenier Antwerpianus) signeerde.
Vermoedelijk waren deze kaders bedoeld als titelblad van de diverse hoofdstukken van het boek van De Marchi.
Na het vertrek van De Marchi moest De Hooghe hiervoor een nieuwe bestemming vinden en in samenwerking met de kalligraaf Perret, werd binnen de kaders een aantal schoonschrijfvoorbeelden geplaatst.
Het belangrijkste kader, namelijk dat waarop vestingbouw-instrumenten voorkwamen, zoals een winkelhaak een schietlood en een passer, werd achtergehouden, omdat dit zou misstaan bij een schoonschrijfboek.
Toen de Excercitatio een succes was en er vraag ontstond naar een goedkopere en minder overdadige uitgave, kozen De Hooghe en Perret ervoor om een boek te maken waarin de lettervoorbeelden zonder kader werden gerepresenteerd. Ook werden de bladen, om papier te sparen recto-verso gedrukt.
Om het snel gemaakte boek, het Alphabeticum, nog enig cachet te geven werd ook het laatste kader van De Marchi gebruikt, als titelpagina.
Zodoende prijkt op de titelpagina van het Alphabetum nu een wapenschild met daarin de winkelhaak, de passer, het schietlood en de roeden om afstanden te meten, die op het vestingboek van De Marchi hadden moeten prijken, maar het leeuwendeel van de kaders bevindt zich in de Excercitatio.