Waarom een opleiding bij Galle?

Nadat Cornelis de Hooghe een algemene opleiding had genoten aan het hof van de Hertog van Brunswijk, werd het tijd dat hij "een vak zou leren". Het werd de bedoeling dat hij voor het hof van landvoogdes Margaretha van Parma gravures zou maken voor intern gebruik, wat hij ook heeft gedaan totdat Margaretha van Parma na de komst van de Hertog van Alva het veld moest ruimen. De Hooghe maakte met name een dik boek over vestingwerken en een landkaart van Holland en Zeeland.
Om het graveervak te leren werd hij omstreeks 1560 in de leer gedaan bij de Haarlemse graveur Philips Galle. Maar waarom per sť Galle?
Allereerst was Galle natuurlijk een van de meest getalenteerde graveurs van zijn tijd, maar bovendien was de naam Galle bij de Habsburgers niet geheel onbekend. Diederik Galle, die in 1453 te Gent overleed, was al militair in dienst van Karel de Stoute, hertog van BourgondiŽ. Zijn zoon Roelant Galle was officier in het leger van keizer Karel V. Deze Roelant was de grootvader van de graveur Philips Galle.
De Galle's waren dus in dienst geweest van Karel V en zijn voorgangers. Bij deze graveur was de kans het grootst dat de opleding van De Hooghe in alle stilte kon plaatsvinden. Ofschoon het later, vlak voor de dood van De Hooghe, bekend werd dat hij zijn opleiding bij Galle heeft genoten, is daarvan in de aantekeningen van Galle zelf niets terug te vinden en Galle was hierover blijkbaar zeer discreet geweest. Overigens verkeerde De Hooghe tijdens en vooral na zijn opleiding wel in de Antwerpse vriendenkring van Galle zodat het ook om die reden zeer waarschjinlijk is dat De Hooghe bij Galle in de leer was.
Maar ook om een derde reden is dit uiterst waarschijnlijk: De familie Galle verkeerde na hun verhuizing uit de Zuidelijke Nederlanden naar Haarlem tussen de gezeten families. Galle zelf trouwde bijvoorbeeld met Catharina van Rollant, dochter van de Haarlemse burgemeester Dick van Rollant en Jooste van Teylingen, uit twee vooraanstaande geslachten.
De Hooghe had in Haarlem veel familieleden in deze laag van de Haarlemse bevolking. Margriete van Rollant was bijvoorbeeld gehuwd met Willem Engbrechts Ramp, terwijl Anna Hendriks Ramp de grootmoeder was van Elisabeth van Berckenrode, de vrouw van Nicolaas van der Hooch, een neef van Cornelis de Hoogh. De familie Van Berckenrode was vermaagschapt aan de familie Van Bekesteijn. De familie van Cornelis de Hooghe was gehuwd met de Van Bekesteijns, zoals Mr Dirk van Bekesteijn die een zwager was van de advocaat Cornelis van der Hooch en Johanna van der Hoogh, de tante van de graveur Cornelis de Hoogh, die na het overlijden van Anna van Bekesteijn haar plaats bij haar echtgenoot innam. De familie Van Bekesteijn was verder nauw verwant aan de familie Persijn, zo was Elisabeth, een dochter van Anna van Bekesteijn, was gehuwd met Hippolytus van Persijn. Haar zus Maria, ook een dochter van Anna van Bekesteijn, was gehuwd met Arent Cornelis van der Hooch, een oom van de graveur Cornelis de Hoogh. Cornelis had dus talloze tantes, ooms, neven en nichten binnen de hoogste laag van de haarlemse bevolking waar ook Galle toe behoorde.
Het is met al deze affiliaties binnen het Haarlemse burgemeesters- en schoutencircuit dan ook niet verwonderlijk dat Cornelis de Hooghe in 1574 naar Hoorn moest afreizen om te bemiddelen bij de uitruil van Lieven van Weldam tegen burgemeester Kies. Hij kende beide families op z'n duimpje. Lieven van Weldam was een zoon van z'n nicht terwijl burgemeester Kies met een dochter uit de burgemeestersfamilie Ramp was getrouwd. Met deze uitruil deed De Hooghe zowel zijn Haarlemse burgemeestersfamilie, als zijn Haagse familie rondom de hertog van Brunswijk en de Van Weldams een groot plezier.