For English version, please click INTRO-button above

Cornelis de Hooghe (Den Haag 1541- Den Haag 1583)

Cornelis de Hooghe was vrijwel zeker een zoon van keizer Karel V bij een dochter van de Delftse burgemeester Cornelis Aerts van der Hooch. Al jong werd hij naar het hof van de hertog van Brunswijk gestuurd. Zijn opleiding tot graveur ontving hij van Philips Galle, op zijn beurt leerling van de humanist Dirck Volkertszoon Coornhert.
Cornelis de Hooghe graveerde in 1565 een kaart van Holland en Zeeland en maakte in 1566 een kaart voor Guicciardini's ‘Descrittione.... di tutti i paesi bassi’. In 1567 graveerde hij voor Margaretha van Parma 114 grote en 52 kleine platen voor 'Della architectura militare'. In 1569 volgde zijn calligrafische voorbeeldboek, de 'Exercitatio alphabetica'.
Eind 1569 vluchtte De Hooghe wegens mennonitische sympathieën naar Engeland. Via Veerse handelspartners dreef hij handel op Zuid Europa. Door het ontduiken van octrooigelden werd hij zeer rijk. In 1574 maakte hij de kaart ‘Norfolciae comitatus’ voor de 'Elisabeth Atlas'.
In datzelfde jaar nam hij in Hoorn deel aan een ruil van de edelman Lieven van Weldam, Cornelis' neef, tegen de oranjegezinde Haarlemse burgemeester Kies. Na een kort verblijf in Ipswich trouwde hij in 1576 te Rotterdam met de regentendochter Maritje Tromper. Zij kregen enkele, verder onbekende kinderen. In 1581 ontving hij van een gewezen kamerling van Karel V bewijzen van zijn keizerlijke afstamming. Cornelis de Hooghe aanvaarde daarbij de opdracht voor een tegenopstand ten gunste van Philips II. Bij het drukken van twee opruiende geschriften werd hij verraden. Na foltering, waarbij hij de namen van vele medeplichtigen vrijgaf, kreeg hij een kort proces. Hij werd onthoofd en gevierendeeld.

Bronnen

Er bestaat geen omvattende biografie over De Hooghe. Zijn vonnis is letterlijk te vinden bij geschiedschrijvers als Bor, Van Meteren en Hooft. De Hooghe wordt in latere verzamelwerken, zoals Wagenaar's Vaderlandsche Historie en Kok's Vaderlandsch Woordenboek als landverrader, als dwaas of als beide gepresenteerd. Jakob Smit heeft rond 1930 het complot uitgebreider in enkele tientallen pagina’s behandeld.
Zijn keizerlijk afstamming is nergens onderzocht en wordt hoogstens door Van Meteren gesuggereerd. De Hooghe’s karakter wordt veelal omschreven als hooghartig, verraderlijk en korzelig, maar zijn grafische werk wordt kundig en vaardig genoemd. Zelf zag hij zich als ‘een heer die vrede in het land wil’. Desondanks had hij vele ruzies, zowel voor het gerecht als in twee kerken. Vermoedelijk leefde hij gescheiden van zijn vrouw.
De Hooghe had een divergente religieuze overtuiging. Geboren in een streng katholieke familie, bezocht hij later de gereformeerde kerk, maar hij kende ook vele mennonieten. Zijn leermeester Galle en zijn drukker Plantijn behoorden tot het verholen religieuze genootschap Het Huis der Liefde. Deelnemers aan het complot waren daarentegen weer voornamelijk katholiek.
De Hooghe hechtte aan een hoge status en kon bij het slagen van zijn complot hertog van Gelre worden. Hij trachtte zijn doel met argumenten en zonder krijgsgeweld te bereiken en meende dat een vrede de welvaart van De Nederlanden zou verhogen.

Belang

Het doel van het onderzoek is een volledig beeld te krijgen van het ongewone leven van Cornelis de Hooghe in het kader van het tumultueuze begin van de Tachtigjarige Oorlog, met nadruk op drie aspecten:
1) Zijn vermeende afstamming van Karel V.
2) Zijn werk als graveur en koopman.
3) Zijn complot en de medeplichtigen.