Hoe De Hooghe zijn Hollandia-kaart aan Plantijn verkocht

Op 4 mei 1567 verkocht De Hooghe aan Plantijn een honderdtal van zijn Hollandia-kaarten. Hiervan bestaat een franstalig betalingsbewijs. Hoe was dit in z'n werk gegaan? Op 28 april was Margaretha van Parma naar Antwerpen getrokken "Ende op den selven dach voer noen, so quam Margariete, hertoginne van Parma, goevernante van de Nederlanden, binnen Antwerpen en met allen haeren state en hovelinghen" Aangenomen dat Cornelis de Hooghe ook een van de hovelingen was, bevondt hij zich dus vanaf 28 april te Antwerpen. Het doel van de aanwezigheid van de landvoogdes was om te Antwerpen de oude situatie weer te herstellen. Daartoe werd onder andere de jaarmarkt weer in ere hersteld, waarvan natuurlijk alle opstandige elementen waren uitgesloten. Het was een vrijmarkt, maar alleen voor goed-katholieke personen die zich netjes hadden gedragen. "Item op den 4+ dach Meye, so werdt tot Antwerpen de jaermerckt ingeroepen na de oude gewoonte, een iegelyck syn oude vryheyt; maer uyt dese oude vryheyt waeren dese uytgesteken: alle vagebonden, ballingen, ministers ende predicanten van de quade seckten, verloopen uytlandtsche ketters en apostaten; ende insgelycx die hoofden ende authueren van de beruerten, en die haer hebben laten inscryven, en wapenen in 't velt tegen den conick gedragen hebben, en de kercken gesceynt en beelden gebroken hebben syn in den ban des heyligen rycx" Juist op deze 4e mei, de dag van de jaarmarkt, verkoopt De Hooghe een honderdtal van zijn kaarten aan Plantijn. De aankoop was dus een actie die op een markt plaatsvond en niet in de drukkerij, een toevalstreffer op een drukke dag. Als De hooghe en Plantijn elkaar hadden gekend had De Hooghe ook enkele dagen eerder of later bij Plantijn kunnen binnenstappen om zijn kaarten te verkopen en hadden ze niet op de jaarmarkt hoeven te wachten. Dit verklaart ook waarom er in de naam van De Hooghe een schrijffout is geslopen. De naam De Hooghe was bij Plantijn nog onvoldoende bekend. Later zouden beide heren wel met elkaar te maken krijgen, bij het drukken en uitgeven van de "Excercitatio" van Clemens Perret, maar dat was twee jaar later.