conclusies Kindts en Franssen onderuit gehaald

In Caert Thresoor 2001, jg 3, is op pag 57 e.v. een artikel te lezen over de herkomst van de Belgica-kaart van De Hooghe, die in de "Descrittione" van Ludovico Guicciardini werd opgenomen.

Hierin is te lezen: "De eerste, niet gesigneerde staat met de titel LA DESCRITTIONE DI BELGICA CON LE SVE FRONTIERE is omstreeks 1557 in Antwerpen gegraveerd door Arnoud Nicolaï. Op 11 maart 1557 worden voor de eerste maal twaalf gekleurde exemplaren van deze kaart vermeld, bestemd voor de boekenjaarmarkt van Frankfurt."

Dit is evenwel onmogelijk omdat de kaart die Kindts en Franssen aan Nicolaï toeschrijven de grenzen van de Vrede van Cateau-Cambrésis bevatten, die pas in 1559 bekend waren. Deze kaarten konden dus onmogelijk al in 1557 worden verkocht.

Ook de andere conclusie dat De Hooghe hem "op eigen initiatief" heeft bewerkt tot de tweede staat, wordt hiermee onhoudbaar.

De rol van Silvius in de conclusies wordt overigens ook overschat. Het was Guicciardini zelf die de beslissing nam de Belgica-kaart in zijn "Descrittione" op te nemen. Guicciardini was namelijk bekend met De Hooghe en zijn kaart, omdat Guicciardinis broer aan hetzelfde vestingboek van De Marchi meewerkte als De Hooghe. De link tussen De Hooghe en Ludovico Guicciardini liep dus via de broer van deze laatste, zonder dat hiervoor de drukker Silvius nodig was.

Het is dus ook niet zo dat de koperplaten van deze kaart niet "meer" aanwezig zijn bij Plantijn. Zij zijn mogelijk nooit in het bezit van Plantijn of Silvius geweest. De Hooghe kan heel goed alleen de gedrukte exemplaren van zijn kaart aan Guicciardini hebben geleverd.
Als laatste slaat vrijwel de gehele paragraaf "Universele kennis en politieke werkelijkheid" de plank mis omdat het de volgorde omkeert tussen de Belgica-kaart van De Hooghe (volgens de auteurs dus van Nicolaï) en Forlani. Het was niet zo dat Forlani allerhande zaken wegliet omdat ze voor de humanistisch ingestelde mens niet van belang zouden zijn. Het was De Hooghe die de staatkundige gegevens toevoegde omdat zijn opdrachtgevers aan het hof hier belang bij hadden.