Echtscheiding moeder Cornelis de Hooghe

Echtscheiding

Rondom 1541, ten tijde van de geboorte van Cornelis de Hooghe was echtscheiding in principe onmogelijk. Het huwelijk was een sacrament dat door de Rooms Katholieke kerk niet ongedaan kon worden gemaakt. Het huwelijk was dus ‘tot de dood ons scheidt’ en kon tijdens het leven alleen worden aangepast door een scheiding van tafel en bed. De huwelijkspartners bleven dan getrouwd en konden niet hertrouwen.
Er was evenwel van een grote verwarring sprake wanneer een huwelijk nu precies een huwelijk was. Van oudsher waren twee personen van verschillend geslacht getrouwd als zij elkaar de huwelijksbelofte hadden gedaan en deze hadden bekrachtigd met de paringsdaad. Zo’n huwelijk was zelfs onverbrekelijk. Tegelijkertijd was een huwelijk pas wettelijk als de belofte publiekelijk was aangekondigd en kerkelijk was ingezegend.
Totaan het Concilie van Trente (1545-1563), waarin deze onduideljikheid werd weggewerkt, bestonden er dus twee soorten huwelijken, het wettige en het onwettige. Dit had aanleiding gegeven tot problemen in de vorm van dubbele trouwbeloften, verboden graden van bloedverwantschap, ontbreken van ouderlijke toestemming etcetera, vooral in het geval van de informele huwelijken. Een strictere formalisering was derhalve gewenst en vanaf 1563 werden huwelijken die niet aan de formele eisen voldeden door de kerk niet alleen als onwettig maar zelfs als onbestaanbaar beschouwd.
Het huwelijk van de moeder van Cornelis de Hooghe met Cornelis Jacobs van Dussen bevond zich echter in de tijd voorafgaand aan het Concilie van Trente en dus in de onduidelijke periode waarin echtscheiding in principe tot de onmogelijkheden behoorde. Een boek van Joos de Damhouder, Praxis rerum criminalum, uit 1554 dat dus tijdens het Concilie werd geschreven en dus nog de oude situatie bevat zal hebben, verklaart duidelijk wat er wel en niet mogelijk was.



Opvallend is hierbij dat De Damhouder ook huwelijken tussen neef en nicht strafbaar stelt, terwijl dat bij de Habsburgers, zowel bij Karel V als bij Philips II, juist strijk en zet was. Zij kregen hiervoor pauselijke dispensatie. Hieruit blijkt dat er wat betreft de huwelijkse morus door de katholieke kerk van creatief boekhouden sprake was als het om de Habsburgers ging.
Wellicht dat deze creatieve omgang met de voorschriften ook is toegepast bij de moeder van Cornelis de Hooghe en haar man. Hoewel echtscheidingen officieel niet mogelijk waren, was er nog wel een juridisch handvat om twee huwelijkspartners te scheiden en een nieuw huwelijk toe te staan. Dit was de nietigverklaring van het huwelijk.
In dat geval had het ontbonden huwelijk domweg niet bestaan. Huwelijken konden bijvoorbeeld nietig worden verklaard in geval van bigamie, incest of het ontbreken van andere noodzakelijke eisen waaraan een huwelijk moest voldoen. Overspel, hoewel het een vergrijp was dat zwaar kon worden bestraft, was geen reden voor echtscheiding. Zo heeft er dus een juridische kunstgreep moeten plaatsvinden om Cornelis van Dussen, na het overspel van zijn vrouw met Karel V, weer in het huwelijk te kunnen laten treden. Hiervoor heeft het huwelijk van Van Dussen en ‘Jonge Neeltje’ van der Hooch, dus nietig verklaard moeten worden, wellicht op grond van verboden graden van bloedverwantschap of middels een formaliteit als een niet verkregen toestemming van de ouders van bruid en bruidegom.