BELANGWEKKEND VERSLAG

 

Reeds drie jaar na de terechtstelling van De Hooghe, vond in 1586 de eerste beschrijving van zijn opstand plaats. Veel gegevens hieruit zijn nooit overgenomen in andere historische werken, die zich vrijwel alleen op het vonnis te lijken hebben gebaseerd. Het betreffende werk heet : 

COMMENTARIUM BREVIS BERUM IN ORBE GESTARUM, AB ANNO SALVTIS M.D. VSQUE IN ANNVM M.D.LXXIIII. ex optimis quibusque Scriptoribus congestus, per F. LAVRENTIVM SVRIVM Carthusianum.

Nunc vero recens ab anno M.D.LXX.auctus, & ad annum M.D.LXXXVI. opera &studio MICHAELIS AB ISSELT Amersfortij, perductus.

Cum INDICE copiosissimo.

COLONIAE

Apad Geruinum Calenium & haredes IoannisQuentelij, Anno M.D.LXXXVI.

Cum gratia & priuilegio Imperiali in decennium.

 

De latijnse tekst hieronder bevat veel gegevens die achteraf juist blijken te zijn, zoals zijn woonplaats Rotterdam, zijn vier kinderen, zijn aanhang onder de anabaptisten en de samenhang van zijn opstand met de Akte van Verlatinge. Deze elementen zijn stuk voor stuk correct, maar niet in andere werken doorgedrongen. Het betreffende werk mag dus als zeer betrouwbaar en niet door andere publicaties beïnvloed worden aangemerkt.

Opvallend is daarom verder dat het een eerste kijkje geeft in de inhoud van de door De Hooghe gedrukte boekwerken. Hierin deed hij beloften over een herstructurering van de belastingen in eerlijker zin en een verandering van het bestuur van het land.

Maar als allerbelangrijkste vermeldt de tekst dat De Hooghe tijdens zijn proces in alle toonaarden staande hield dat hij een zoon was van keizer Karel V. Zijn ouders werden door het Hof van Holland erkend, maar hij werd toch ter dood veroordeeld. Dit verslag, het eerste na de onthoofding van Cornelis de Hooghe, bevestigt dus onomwonden de keizerlijke afstamming van Cornelis de Hooghe.

Sub hoc tempus quidam Cornélius de Hooch, videns Regem Hispaniarum a Belgis repudiatum, Alenconium quoque rejectum, sese filium Caroli V, invictissimi Caesaris esse, populo venditavit : multasque et eas prima fronte verisimiles, adducebat conjecturas, quibus id probare volebat. Multos habebat, et praecipue ex Anabaptistarum secta, qui ei credebant, eumque sectabantur. Divulgavit passim hac de re libellos, quibus etiam promittebat, se Belgas ab injustis atque immoderatis istis exactionibus liberaturum, novamque Reipublicae formam compositurum. Grata haec erant populo, multisque per Hollandiam his rébus innotuit. Habitabat Roterodami, ubi nobilis cujusdam filiam duxerat, quae nunc quartam prolem utero gerebat. Res tandem venit ad concilium Hollandiae : vocatus a judicibus et examinatus, cum constantissime affirmaret se Caroli V esse filium, captus est, et agnitis ejus parentibus, mense Martio in Haga Comitis capite plectitur, et in quatuor partes dissectus, e totidem portarum fastigiis suspensus est.